Muziek in de middeleeuwen: Musica Medii Aevi Wessel Muziek · De Middeleeuwen (500 – 1400)
Sectie 1 · Algemeen

De Middeleeuwen & muziek

Lang werden de middeleeuwen weggezet als ‘de eeuwen tussen de oudheid en de renaissance’. Onterecht: deze periode bracht prachtige kathedralen, het gregoriaans en de eerste meerstemmige muziek voort. Hier leer je de cultuurhistorie, de muziekbegrippen en de instrumenten, en luister je naar voorbeelden.

Historische context

Een stukje hemel op aarde

500Begin van de middeleeuwen
590–604Paus Gregorius I ordent de kerkgezangen
± 800Karel de Grote verspreidt het gregoriaans
9e eeuwParallel organum: eerste meerstemmigheid
± 1000Romaanse bouwkunst; meer muziek bewaard
± 1100Troubadours aan de hoven in de Provence
± 1150Gotische kathedralen: hoog en licht
1347–1351De Zwarte Dood (pest)
1400Overgang naar de renaissance

Romaans en gotisch bouwen

Romaans (± 1000–1150): dikke muren, ronde bogen, kleine ramen. Kerken zijn stevig, donker en gesloten, een ‘burcht van God’.

Gotisch (± 1150–1400): met spitsbogen, steunberen en luchtbogen konden bouwers zo hoog mogelijk bouwen, bijna tot aan de hemel. Grote, kleurrijke glas-in-loodramen en roosvensters laten veel licht binnen. Men wilde een stukje hemel op aarde creëren.

God en de kerk staan centraal

Het geloof en de kerk speelden een enorme rol in het leven van de middeleeuwse mens. Je moest een goed leven leiden, anders kon je je plekje in de hemel wel vergeten.

Die centrale rol van God zie je terug in alle kunstvormen: beeldende kunst, theater en muziek. Kunst werd vooral gemaakt om God te eren en om de bevolking de christelijke leer te onderwijzen. Tegen het einde van de middeleeuwen werden de kunsten steeds minder sober.

Let op de naam: in de 16e eeuw sprak men denigrerend over ‘de middeleeuwen’, de eeuwen tussen de oudheid en de renaissance. Cultureel was het juist een rijke tijd.

Wist je dat…

  1. de middeleeuwse maatschappij was ingedeeld in drie standen: de geestelijken (1e), de adel (2e) en de boeren (3e)?
  2. de pest, ook wel de Zwarte Dood genoemd, enorm veel slachtoffers maakte? Rond 1350 stierf een groot deel van de Europese bevolking.
  3. de wetenschap in handen van de kerk was?
  4. alleen de geestelijken konden lezen en schrijven? Daarom is er veel meer kerkmuziek bewaard gebleven.
  5. kunstenaars in de middeleeuwen meestal anoniem bleven? Het ging immers om God, niet om de maker.
Muziek in de middeleeuwen

Geestelijke en wereldlijke muziek

In de kloosters en kerken klonk geestelijke muziek, aan het hof kunstliederen en op dorpsfeesten volksmuziek. Kunstliederen en volksliederen vallen samen onder de wereldlijke muziek.

Geestelijk
Wereldlijk

⛪ Kerk & klooster

Gregoriaans, gezongen door monniken.

  • Eenstemmig en a capella
  • In het Latijn
  • Om God te eren
  • Op schrift gezet in neumen

🏰 Aan het hof

Kunstliederen van geoefende troubadours en minstrelen.

  • Hoofse liefde, ridders, maar ook politiek
  • Groter bereik, geschoolde stem
  • Begeleid door luit, portatief, harp, vedel

🎪 Dorp, plein & markt

Volksmuziek, gespeeld door speelmannen.

  • Vrolijke, eenvoudige dansmuziek
  • Iedereen kan meedoen
  • Luit, blokfluit, trommels

Muziek van adel, burgerij en boeren

Halverwege de middeleeuwen (± 600–1000) lijkt het alsof muziek bijna alleen voor de geestelijken (de 1e stand) was. Dat klopt natuurlijk niet: in Dorestad, een belangrijke handelsplaats, zijn bijvoorbeeld fluiten gevonden.

Maar de adel (2e stand) en de boeren (3e stand) konden amper schrijven. Daardoor zijn er weinig bronnen over hún muziek. De boeren waren bovendien erg arm, dus muziek had voor hen weinig prioriteit.

Waarom pas na het jaar 1000?

Na het jaar 1000 verschenen er speelmannen, troubadours, minstrelen, vaganten en stadspeellieden in de steden en kastelen. Het onderscheid was niet altijd duidelijk, maar troubadours en minstrelen waren wat ‘beschaafder’ dan speelmannen en vaganten.

Samengevat: muziek die opgeschreven werd (door geestelijken) bleef bewaard. Muziek die alleen mondeling werd doorgegeven, ging grotendeels verloren.

Tijdgebonden instrumenten

Instrumenten uit de middeleeuwen

Veel instrumenten van nu vinden hun oorsprong in de middeleeuwen en werden steeds verder ontwikkeld. Klik op ▶ Beluister om een echte opname van het instrument te horen (en vaak ook te zien). Onder elke opname staat wie hem gemaakt heeft.

Luistervoorbeelden

Paus Gregorius I & het gregoriaans

Het gregoriaans

Paus Gregorius de Grote

Paus Gregorius I (paus van 590 tot 604) bracht ordening aan in de vele kerkelijke gezangen. Naar hem is de geestelijke muziek uit die tijd vernoemd: het gregoriaans.

Hij werd meestal afgebeeld met een duif op zijn schouder. Volgens de legende kreeg Gregorius zijn wijsheden (en de melodieën) ingefluisterd door de Heilige Geest, in de gedaante van die duif.

Ontstaan en verspreiding

Gregoriaanse muziek ontstond uit de gezangen en liturgieën van de vroegchristelijke kerk en omvat zo’n 3000 liederen. Karel de Grote werkte samen met de kerk in Rome, bevorderde overal in zijn rijk het gregoriaans en verbood andere soorten kerkgezang. Rond 800 werd het gregoriaans steeds succesvoller.

De liederen hadden een vaste plek in de liturgie (de vaste volgorde van onderdelen in een eredienst). De eredienst van de katholieke kerk heet de mis. Er zijn vaste teksten (het ordinarium) en wisselende teksten (het proprium).

Waarom geen instrumenten?

Het gregoriaans moest de ziel verheffen en het geloof ondersteunen. Wat daarvan kon afleiden, werd vermeden. In de kerk klonk dus geen instrumentale muziek, want dat was muziek van de ‘heidense, verdorven’ Grieken en Romeinen.

Bovendien was de stem het instrument dat je van God had gekregen en dat dus het dichtst bij God stond. Zonder instrumenten was het woord van God goed te verstaan. Begrijpen was iets anders: men zong in het Latijn, de taal van de kerk, niet van het volk. Vrouwen zongen niet mee.

Al - le - lu - - - ia, al - le - lu - ia

Neumen: vierkante notatie op een notenbalk van 4 lijnen. Je kunt er niet aan aflezen hoe lang een toon duurt.

Kenmerken van het gregoriaans

1
Eenstemmig (monofoon)Iedereen zingt dezelfde melodie.
♪
Vocaal & a capellaAlleen stemmen, zonder instrumenten.
L
LatijnDe taal van de kerk, niet van het volk.
✝
MonnikenUitgevoerd door mannen in kloosters.
■
Neumen-notatieGeen exacte toonduur, geen maatsoort.
~
Vrije ritmiekGeen maatsoort of vaste puls; het ritme volgt de woordaccenten.
M
KerktoonsoortenModaliteit: dorisch, frygisch, lydisch, mixolydisch.

Syllabisch of melismatisch?

Gregoriaans in onze tijd

Vandaag de dag wordt het gregoriaans nog steeds gezongen. De rustgevende, bijna meditatieve klanken worden door velen gewaardeerd, en je hoort gregoriaanse invloeden zelfs terug in populaire muziek. Kerktoonladders worden ook in de jazz gebruikt om te improviseren.

Begeleidingsvormen

Bourdon en orgelpunt

Bourdonbegeleiding

Een veelgebruikte begeleiding: de melodie wordt begeleid door een lang aangehouden toon in de bas, de grondtoon, of de grondtoon + kwint (bijvoorbeeld D + A). Denk aan de doedelzak en de draailier: die hebben aparte bourdonpijpen of -snaren.

Orgelpunt

Een begeleidingsfiguur waarbij één enkele, lang aangehouden toon in de begeleiding klinkt. Daaromheen kunnen de andere stemmen zich vrij bewegen. Het verschil met de bourdon: bij een orgelpunt is het één toon, bij een bourdon vaak grondtoon én kwint, die het hele stuk doorklinken.

Ontstaan van meerstemmigheid

Van organum naar meerstemmigheid

De westerse meerstemmigheid ontstond in de middeleeuwen. Het begon met het parallel organum (9e eeuw): de oorspronkelijke gregoriaanse melodie werd gedubbeld door een onder- of bovenstem.

9e eeuw

Parallel organum

Twee stemmen bewegen parallel in kwarten, kwinten of octaven. Deze reine intervallen werden als hemelse klanken ervaren.

later

Zwevend organum

De tweede stem blijft niet strikt parallel: de stemmen beginnen soms samen en ‘zweven’ dan uit elkaar naar het reine interval.

later

Vrij organum

De stemmen bewegen zowel parallel als in tegenbeweging ten opzichte van elkaar.

± 1100

Melismatisch organum

De oorspronkelijke melodie zingt lange tonen; de tweede stem zingt daarboven melismen (meerdere tonen per lettergreep).

Wereldlijke muziek

Volkslied, kunstlied en speelmannen

Troubadours

Kwamen oorspronkelijk uit Zuid-Frankrijk, de Provence. Zingen en dichten keken ze af van hun Spaans-Moorse buren: in 711 kwamen de Moren naar Spanje, met fluiten, trommels en de ‘guitarra morisca’ (later de Spaanse gitaar).

Troubadours zongen over de hoofse liefde, maar ook over politiek en ethiek. Ze waren populair bij de adel en konden zelf van adel zijn. In Duitstalige gebieden heetten ze Minnesänger, in Noord-Frankrijk trouvères.

Kunstlied (chanson)

Hofmuziek gebaseerd op een gedicht, vaak over de liefde voor een onbereikbare vrouw. Eenstemmig, maar met een moeilijkere melodie met een groter bereik: daar hoort een geschoolde stem bij. Ook de teksten zijn complexer en hoogstaander.

Begeleiding: luit, portatief, harp en vedel (de voorloper van de viool).

Volkslied

Eenvoudig te zingen, algemeen bekend en mondeling doorgegeven. Gaat over alledaagse dingen (liefdesliederen, drinkliederen) of over historische gebeurtenissen (ballades). Ontstond vaak al improviserend, bijvoorbeeld in de kroeg, waar iedereen meezong.

Voorbeeld: de ‘Ballade van de koningskinderen’.

Speelmannen en de estampie

Speelmannen speelden op feesten, pleinen, markten en bruiloften. Ze hadden ook andere ‘kunsten’ in huis, zoals jongleren en goochelen. Dansmuziek was erg in trek. Een bekende dans was de estampie: een dans waarop je heerlijk kon ‘stampen’. Later groeide die dansmuziek uit tot een instrumentale compositie.

Speelmannen bespeelden de luit, blaasinstrumenten zoals de blokfluit en trommels.